In de markt hoor ik regelmatig dat eerst andere issues moeten worden opgelost voordat interne flex en roosteren aan bod komen. Die andere issues zijn bijv. een hoog ziekteverzuim en tekorten in het primaire proces. Wanneer deze deelprojecten worden aangepakt en er wordt niet gekeken naar een duurzame inrichting van de interne flex en de roosters, zal de oplossing langer op zich laten wachten. Stel je begint bij het einde: doel is het leveren van goede zorg waarbij cliënten en medewerkers tevreden zijn, toch? Naar verwachting zal het ziekteverzuim dalen en heeft de organisatie een aanzuigende werking in de markt. Het rooster is vaak een big issue, juist door de tekorten en het hoge ziekteverzuim. Een vicieuze cirkel. Maar eerlijk, zijn de roosteraars voldoende opgeleid dat ze weten hoe een gezond rooster eruit moet zien? Of is het gaten vullen en overleven? Voor het adequaat regelen van interne flex geldt hetzelfde. Hoe is de samenwerking met de roosteraars en hoe worden de flexkrachten ingezet? Zijn het volwaardige krachten, of alleen maar ‘’handjes’’? Een sterke profilering van de flexkracht binnen de organisatie zorgt voor experts die op een duurzame manier worden ingezet. Het goud van de organisatie. Uit ervaring weet ik dat die organisaties die dat goed voor elkaar hebben, ondanks de schaarste veel aanbod binnen krijgen. Conclusie: het zijn geen deelprojecten maar communicerende vaten!